Screeningstest
Wat is een screeningstest?
In de psychologie en geneeskunde dient screening om snel en goedkoop mensen te herkennen die waarschijnlijk een bepaald probleem hebben (depressie, angst, ADHD, eetstoornissen). Het is GEEN diagnose — het is een zeef die "verder onderzoek waard" scheidt van "waarschijnlijk in orde".
Waarom geen diagnose?
Een diagnose vereist: een klinisch interview, beoordeling van de duur, uitsluiten van andere oorzaken (lichamelijk, medicatie) en beoordeling van het functioneren. Een screeningsinstrument telt 5–20 vragen — het geeft "matige kans op depressie", niet "diagnose F32 volgens ICD-10".
Sensitiviteit versus specificiteit
Een goede screening heeft een hoge sensitiviteit (weinig fout-negatieven — vangt bijna iedereen die het treft) maar accepteert een lagere specificiteit (meer fout-positieven — overdiagnose kost minder dan een gemist geval). Daarom betekent PHQ-9 ≥ 10 "overweeg een gesprek", niet "je hebt depressie".
De meest gebruikte
Depressie: PHQ-9, PHQ-2 (kort). Angst: GAD-7, GAD-2. PTSS: PCL-5, PC-PTSD-5. ADHD bij volwassenen: ASRS-v1.1. Alcohol: AUDIT. Burn-out: MBI, OLBI.